Loopbaanonderbreking, tijdskrediet en thematische verloven

De stelsels van tijdskrediet, thematische verloven en loopbaanonderbreking hebben als hoofddoel een betere combinatie van het beroeps- en het privéleven mogelijk te maken. In 2002 werd het stelsel van loopbaanonderbreking voor werknemers en werkgevers uit de privésector omgezet naar een stelsel van tijdskrediet. Naast die twee stelsels bestaan er ook vier vormen van thematisch verlof die gemeenschappelijk zijn voor de openbare en de private sector: het verlof voor palliatieve zorgen, het ouderschapsverlof, het verlof voor medische bijstand en het verlof voor mantelzorg.


Trends 2025

In 2025 werden gemiddeld per maand 244.023 onderbrekingsuitkeringen betaald in de verschillende stelsels van tijdskrediet, thematische verloven en loopbaanonderbreking. Dat zijn er 3.536 meer dan in 2024, wat een stijging inhoudt van 1,5%.

Het aantal uitkeringsgerechtigden met een gewone loopbaanonderbreking daalt (3,5%). Er werden in 2025 gemiddeld 31.074 onderbrekingsuitkeringen per maand betaald. In vergelijking met 2021 is er een daling met 25,2%.

Het aantal uitkeringsgerechtigden met tijdskrediet is gestegen in 2025. Het bedraagt 88.250, ofwel een stijging van 1,8% ten opzichte van 2024. In vergelijking met 2021 worden 3% minder uitkeringsgerechtigden met tijdskrediet geteld.

In de stelsels van thematische verloven, zien we een ook een stijging in 2025: het aantal uitkeringsgerechtigden steeg met 2,6% op jaarbasis. In 2025 heeft de RVA 26,4% meer onderbrekingsuitkeringen voor thematisch verlof betaald dan in 2021. Het relatieve belang van de thematische verloven in het totaal van uitkeringsgerechtigden is dan ook gestegen van 42,7% in 2021 tot 51,1% in 2025.


Loopbaanonderbreking

Het aantal onderbrekingsuitkeringen in het kader van loopbaanonderbreking daalt in 2025 met 3,5% op jaarbasis, wat overeenkomt met een afname van 1.139 uitkeringen per maand. Het aantal onderbrekingen zonder uitkeringen stijgt licht met 3,5%.

Profiel

Als we de verhoudingen van de uitkeringsgerechtigden bekijken volgens leeftijdsklasse en stelsel, valt het op dat het grotendeels gaat om 50-plussers (72,7% van de gevallen), vaak in een stelsel eindeloopbaan (63,2% van de gevallen). Iets meer dan de helft van de gevallen betreft een onderbreking met 1/5 (57,2%). Het merendeel van de uitkeringsgerechtigden zijn vrouwen (68%).


Tijdskrediet

In het tijdskrediet, bedoeld voor werknemers van de privésector stijgt het aantal uitkeringsgerechtigden op jaarbasis in 2025: + 2,3% of 2.133 uitkeringsgerechtigden per maand.

Profiel

Als we de verdeling bekijken volgens profiel, stellen we vast dat 76,4% van de uitkeringsgerechtigden uit het Vlaamse Gewest komt, 68,9% 50 jaar en ouder is, 79,7% een vermindering van de arbeidstijd met 1/5 verkiest en 66,2% zich in een eindeloopbaanstelsel bevindt. De vrouwen zijn in de meerderheid met een aandeel van 50,3%, al neemt dat wel af t.o.v. 2021.


Thematische verloven

Er zijn 4 thematische verloven die gemeenschappelijk zijn voor de openbare sector en de privésector: palliatief verlof, ouderschapsverlof, verlof voor medische bijstand en mantelzorgverlof. Het ouderschapsverlof is opnieuw het populairst onder de 4 types verloven met 106.026 fysieke eenheden in 2025. 

Ouderschapsverlof stijgt

Het ouderschapsverlof kende een stijging op jaarbasis van 4,2%. Dat stelsel is op 5 jaar gestegen met 34,2%. Het gaat om een voortdurende en regelmatige stijging.

Sinds 1 juli 2025 hebben ook pleegouders het recht om ouderschapsverlof te nemen voor een kind dat in hun gezin werd geplaatst voor een duur van minstens 6 maanden.

Profiel

Het merendeel van de uitkeringsgerechtigden met een ouderschapsverlof is afkomstig uit het Vlaams Gewest (69,2%) en het gaat vooral om verminderingen van de arbeidstijd met 1/5 (47,1%). Volgens leeftijdsklasse valt daarentegen de oververtegenwoordiging op van het aantal uitkeringsgerechtigden van 30-49 jaar (89,3%), de voornaamste doelgroep van ouderschapsverlof. Ten slotte gaat het ook om een uitgesproken meerderheid van vrouwelijke uitkeringsgerechtigden (61,4%).

Wanneer we kijken naar de leeftijd van het kind voor wie men ouderschapsverlof neemt, is meer dan de helft van de kinderen ouder dan 3 jaar.

De 3 andere thematische verloven

De 3 andere thematische verloven – het verlof voor medische bijstand, het verlof voor palliatieve zorgen en het verlof voor mantelzorg – kenden een daling met 5,7% op jaarbasis. Die daling doet zich voor in de 3 gewesten. Bij de vrouwen is de daling lichter (-4,5%) dan bij de mannen (-8,6%). De daling is het grootst bij personen van 50 jaar en ouder (-8,5%) en bij de vermindering met 1/5 (-8,4%).

In vergelijking met 2021 is er een daling van het aantal uitkeringsgerechtigden met 4,9%. Die daling is te zien in alle gewesten maar is het sterkst in het Brussels Hoofdstedelijke Gewest (-11,4%). Wat betreft het geslacht bemerken we een sterke daling bij mannen (-14,2%) terwijl het percentage vrouwen relatief stabiel blijft (-0,4%). Het aantal uitkeringsgerechtigden jonger dan 30 jaar daalt (-1,7%) en er is een stijging van 5,9% bij de personen van 30 tot 49 jaar. Er is echter een sterke daling bij de 50-plussers ( 10,2 %).

De halftijdse onderbreking kent een stijging met 6%. De andere types van onderbreking kennen een sterke daling: 11,3% voor voltijdse onderbrekingen en 12% voor de vermindering met 1/5.

Het merendeel van de uitkeringsgerechtigden is afkomstig uit het Vlaamse Gewest (92,6%) en het gaat vooral om verminderingen van de arbeidstijd met 1/5 (45,8%) of om een halftijdse onderbreking (43,6%). Volgens leeftijdsklasse valt de oververtegenwoordiging op van het aantal uitkeringsgerechtigden van 50 jaar en meer (62,4%). Ten slotte gaat het ook om een uitgesproken meerderheid van vrouwelijke uitkeringsgerechtigden (70,9%).